Op woensdag 25 april 2018 werd bij De Letselschade Raad in Den Haag het startsein gegeven voor de ontwikkeling van een gedragscode voor de afhandeling van beroepsziekteclaims. Bij wijze van startsein gaven plaatsvervangend directeur-generaal Werk bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Martin Flier en interim-directeur van De Letselschade Raad Theo Kremer elkaar een stevige handdruk. Het ministerie van SZW subsidieert de totstandkoming van de gedragscode met een bedrag van 600.000 euro, verspreid over drie jaar.

 

Plaatsvervangend directeur-generaal Werk Martin Flier benadrukte dat elk jaar duizenden mensen in Nederland ziek worden door hun werk: van de kapper met kapperseczeem tot de buschauffeur met rugklachten en van de houtbewerker met neusklachten door het houtstof tot de man of vrouw die aan zijn werk een levensbedreigende longziekte heeft overgehouden. “Een gedragscode moet niet alleen voor een efficiënte behandeling van schadeclaims zorgen, maar moet ook helpen om de procedure voor de slachtoffers minder zwaar te maken. En dat is niet alleen een financiële zaak!”, aldus Flier.

 

Ook voor werkgevers en verzekeraars

“Achter een financiële claim zit een persoon die met respect wil worden behandeld. Toepassing van een gedragscode draagt daar in elk geval aan bij”, vervolgde Martin Flier. Hij stelde zich een gedragscode voor waarin wordt beschreven welke stappen een slachtoffer van een beroepsziekte moet zetten, welke rollen en verantwoordelijkheden betrokkenen zoals artsen, werkgevers, oud-werkgevers en verzekeraars hebben en binnen welke termijn een claim moet worden afgehandeld. “Dat er een uniforme gedragscode komt is niet alleen voor de slachtoffers belangrijk, maar ook voor werkgevers en verzekeraars. Ook zij hebben er recht op te weten waar zij aan toe zijn bij schadeclaims die uit een soms heel ver verleden voortkomen. Een verleden waarin de gevolgen van allerlei werkzaamheden voor de gezondheid lang niet altijd bekend waren.”

 

Omvang onderschat

De circa vijftig genodigden voor de startbijeenkomst werden welkom geheten door mr. Tjibbe Joustra, bestuursvoorzitter van De Letselschade Raad. Hij noemde het project een nieuwe loot aan de stam van de raad en zei het heel plezierig te vinden dat het ministerie van SZW dit project wil faciliteren. Volgens Joustra wordt het thema beroepsziekten qua omvang nogal eens onderschat. Hij gaf aan dat het goed past om de gedragscode door De Letselschade Raad te laten ontwikkelen, omdat de raad zich in het algemeen inzet voor de versoepeling en versnelling van procedures. “Als ik de cijfers zo zie, is er in ieder geval één element wat door de nieuwe gedragscode moet kunnen worden verbeterd en dat is de snelheid van de afhandeling van de beroepsziekteclaims”, aldus Joustra.

 

Beroepsziekteregistratie

Peter van den Bedem, directeur Letsel bij het expertise‑ en claimsmanagementbureau Van Ameyde, sprak de aanwezigen toe namens het Kennisplatform Beroepsziekten. Dit kennisplatform werd in juni 2017 ingesteld op initiatief van Van Ameyde en de twee advocatenkantoren Van Traa Advocaten en Stadermann Luiten Advocaten. Van den Bedem schetste een beeld van de problematiek door te verwijzen naar de cijfers van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. Die laten zien dat in 2016 in totaal 6.270 meldingen van beroepsziekten in de Nationale Beroepsziekteregistratie werden geregistreerd. Deze beroepsziekten leidden in 70 procent van de gevallen tot tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid. Peter van den Bedem besprak ook een aantal voorbeelden van risico’s op dit gebied: het gebruik van de stof C8 door DuPont, het gebruik van dezelfde stof in blusschuim, bouwwerkzaamheden in verontreinigde grond in Kampen en het werk met door Eurogrit geleverde asbesthoudende grit.

 

Ontwikkelingen en vragen

Volgens Peter van den Bedem zullen diverse ontwikkelingen in de komende jaren de omvang van het beroepsziekteprobleem beïnvloeden. Hij noemde onder meer de toename van nieuwe beroepsziekten, een verhoogd claimbewustzijn, de verhoging van de pensioenleeftijd, een hogere werkgevers‑ en producentenverantwoordelijkheid, maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de rechtspraak. Ook wierp hij een aantal vragen op die in de nabije toekomst zullen moeten worden beantwoord. Hij vroeg zich bijvoorbeeld af of de belangen van werkgevers, werknemers, arbodiensten en de arbeidsinspectie wel voldoende gescheiden en geborgd worden. Volgens hem is het ook de vraag of er in de markt voldoende expertise is om de huidige claims en de mogelijke toename daarvan adequaat te begeleiden en beoordelen. “Voorkomen is beter dan genezen”, zei Van den Bedem tot slot. “We moeten daarom nog meer inzetten op controle, voorlichting en preventie. Bovendien moeten we leren van meldingen en oorzaken en daar sneller op inspelen.”